Blok Reeks bewerkingen

Het blok Reeks bewerkingen voert acties uit op de datatypes Numerieke reeks en Logische reeks. Je kunt een reeks aanmaken, elementen toevoegen, individuele elementen lezen en schrijven en de lengte van een reeks opvragen.

Zie Datatypes voor meer informatie over reeksen en andere datatypes.
De bewerking kiezen


Moduskiezer
Inputs
Output

Gebruik de Moduskiezer om de reeksbewerking en het reekstype (Numeriek of Logisch) te kiezen. De beschikbare Inputs en Outputs variëren afhankelijk van de modus.
Modi
Bijvoegen


De modus Bijvoegen voegt een element toe aan het einde van een reeks. Je kunt ook een nieuwe reeks aanmaken.

De input Reeks In specificeert een bestaande reeks en Waarde specificeert het element dat aan het einde van de reeks toegevoegd wordt. Als je Reeks In leeg laat, wordt er een nieuwe reeks aangemaakt die alleen het nieuwe element bevat.
Handige weetjes
Je kunt een nieuwe reeks met meerdere elementen aanmaken door een reeks rechtstreeks in te voeren in de input Reeks In. Zie Datatypes voor meer informatie over het rechtstreeks invoeren van een reeks in een blokinput.
De output Reeks Uit is een nieuwe reeks die de gecombineerde elementen bevat. De oorspronkelijk ingevoerde reeks wordt niet gewijzigd.

In deze tabel zie je enkele voorbeelden van de modus Bijvoegen – Numeriek.
Reeks InToe te voegen waardeReeks Uit
3[3]
[1; 2; 3]4[1; 2; 3; 4]
[2; 1; 1; 6]1[2; 1; 1; 6; 1]
Lezen bij index


De modus Lezen bij index haalt de waarde van een individueel element in een reeks op. De te gebruiken reeks is de input Reeks In. Het gewenste element wordt bepaald door de Index. Het eerste element in een reeks heeft een Index van 0, het tweede element een Index van 1 enz. De waarde van het geselecteerde element wordt uitgevoerd naar Waarde.
Handige weetjes
De Index van het laatste element in een reeks met n elementen is n-1.
In deze tabel zie je enkele voorbeelden van de modus Lezen bij index – Numeriek.
Reeks InIndexWaarde
[1; 2; 3]01
[1; 2; 3]23
Schrijven bij index


De modus Schrijven bij index wijzigt de waarde van een individueel element in een reeks. De oorspronkelijke reeks is de input Reeks In. Het te wijzigen element wordt bepaald door de Index. Het eerste element in een reeks heeft een Index van 0, het tweede element een Index van 1 enz.

De waarde waarin het geselecteerde element gewijzigd moet worden, wordt bepaald door de Waarde. Een nieuwe reeks met het gewijzigde element wordt uitgevoerd naar Reeks Uit. De oorspronkelijke reeks in Reeks In wordt niet gewijzigd.

In deze tabel zie je enkele voorbeelden van de modus Schrijven bij index – Numeriek.
Reeks InIndexWaardeReeks Uit
[1; 2; 3]05[5; 2; 3]
[1; 2; 3]20[1; 2; 0]
Lengte


De modus Lengte haalt de lengte van een reeks op. De lengte van de reeks in de input Reeks In wordt uitgevoerd naar Lengte.

De lengte van een reeks is het aantal elementen in de reeks. Een lege reeks heeft een lengte van 0 en een reeks met één element heeft een lengte van 1.
Inputs en Outputs
De beschikbare inputs voor het blok Reeks bewerkingen hangen af van de geselecteerde modus. Je kunt de inputwaarden rechtstreeks invoeren in het blok. Daarnaast kunnen de ingevoerde waarden ook verschaft worden via Gegevensverbindingen van de outputs van andere programmeerblokken.
InputTypesOpmerkingen
Reeks In Numerieke reeks,
Logische reeks
Te bewerken reeks
Waarde Numeriek,
Logisch
Waarde om bij te voegen in de modus Bijvoegen.

Waarde voor het wijzigen van een element in de modus Schrijven bij index.
Index NumeriekLocatie van een te openen reekselement.
0 = eerste element
1 = tweede element
Lengte – 1 = laatste element
De beschikbare output hangt af van de geselecteerde modus. Om een output te gebruiken, gebruik je een Gegevensverbinding om die te verbinden met een ander programmeerblok.
OutputTypesOpmerkingen
Reeks Uit Numerieke reeks,
Logische reeks
Reeksresultaat van de bewerking
Waarde Numeriek, LogischWaarde van een reekselement in de modus Lezen bij index
Lengte NumeriekLengte van de reeks in de modus Lengte
Reeks
Snelkoppelingen