Kleursensor blok

Het blok Kleursensor ontvangt gegevens van de Kleursensor. Hiermee kun je de kleurintensiteit van licht meten en een Numerieke output krijgen. Je kunt ook sensorgegevens vergelijken met een inputwaarde en een Logische (Waar of Onwaar) output krijgen.

Zie De Kleursensor gebruiken voor meer informatie over de werking van de Kleursensor, de verschillende modi, de verschafte gegevens en programmeervoorbeelden.
Handige weetjes
Het blok Kleursensor voert gegevens uit via een Gegevensverbinding . Zie De Kleursensor gebruiken voor manieren om de Kleursensor zonder gegevensverbinding te gebruiken.
De sensorpoort en de modus kiezen



Poortkiezer
Moduskiezer
Inputs
Outputs

Gebruik de Poortkiezer op het blok om ervoor te zorgen dat het poortnummer (1, 2, 3 of 4) van de sensor overeenstemt met de poort op de EV3-steen waarmee de Kleursensor verbonden is.

Gebruik de Moduskiezer om de modus voor het blok te selecteren. De beschikbare Inputs en Outputs variëren afhankelijk van de modus.
Modi
Meten - Kleur


In de modus Meten – Kleur wordt het gedetecteerde kleurnummer uitgevoerd naar Kleur.
Meten – Intensiteit gereflecteerd licht


In de modus Meten – Intensiteit gereflecteerd licht wordt de lichtintensiteit uitgevoerd naar Gemeten waarde.
Meten – Intensiteit omgevingslicht


In de modus Meten – Intensiteit omgevingslicht wordt de lichtintensiteit uitgevoerd naar Gemeten waarde.
Vergelijken – Kleur


In de modus Vergelijken – Kleur kun je een of meerdere kleuren selecteren in de Serie kleuren. De output van Resultaat vergelijken zal Waar zijn als de gedetecteerde kleur overeenstemt met een van de geselecteerde kleuren. De gedetecteerde kleur wordt uitgevoerd naar Gemeten waarde.
Vergelijken – Lichtintensiteit


In de modi Vergelijken – Intensiteit gereflecteerd licht en Vergelijken – Intensiteit omgevingslicht wordt de gedetecteerde lichtintensiteit vergeleken met de Drempelwaarde met behulp van het geselecteerde Vergelijktype. Het resultaat Waar/Onwaar wordt uitgevoerd naar Resultaat vergelijken, en de gedetecteerde lichtintensiteit wordt uitgevoerd naar Gemeten waarde.
Voorbeeld 1
Met dit programma licht het Statuslicht Intelligente steen oranje op, en gaat dit licht knipperen wanneer de Kleursensor een omgevingslichtintensiteit van meer dan 50 detecteert.
Voorbeeld 2
Met dit programma begint een robot te rijden tot de Kleursensor een gereflecteerde lichtintensiteit < 50 detecteert, of tot motor B 2000 graden gedraaid heeft, afhankelijk van wat er als eerste voorvalt.
Modi Kalibreren
Met de modi Kalibreren kun je de Kleursensor kalibreren via een programma. Het is ook mogelijk om handmatig de minimum- en maximumwaarde voor de sensor in te voeren.
Kalibreren - Minimum


Met de modus Kalibreren – Minimum kun je de minimale lichtintensiteit opgeven in de input Waarde. Na de kalibratie zal de Kleursensor deze lichtintensiteit rapporteren als 0 of als de opgegeven waarde.
Kalibreren - Maximum


Met de modus Kalibreren – Maximum kun je de maximale lichtintensiteit opgeven in de input Waarde. Na de kalibratie zal de Kleursensor deze lichtintensiteit rapporteren als 100 of als de opgegeven waarde.
Kalibreren - Opnieuw instellen


Met de modus Kalibreren – Opnieuw instellen kun je de standaardstatus herstellen voor de kalibratie van de Kleursensor.
Inputs en Outputs
De beschikbare inputs voor het blok Kleursensor hangen af van de geselecteerde modus. Je kunt de inputwaarden rechtstreeks invoeren in het blok. Daarnaast kunnen de ingevoerde waarden ook verschaft worden via Gegevensverbindingen van de outputs van andere programmeerblokken.
InputTypeToegelaten waardenOpmerkingen
Serie kleuren Numerieke reeksElk element: 0 – 7Geselecteerde kleur(en) om te testen in de modus Vergelijken – Kleur:
0 = Geen kleur
1 = Zwart
2 = Blauw
3 = Groen
4 = Geel
5 = Rood
6 = Wit
7 = Bruin
Vergelijktype Numeriek0 - 50: = (Gelijk aan)
1: ≠ (Niet gelijk aan)
2: > (Groter dan)
3: ≥ (Groter dan of gelijk aan)
4: < (Kleiner dan)
5: ≤ (Kleiner dan of gelijk aan)
Drempelwaarde NumeriekOm het even welk getalWaarde om sensorgegevens mee te vergelijken
Waarde Numeriek0 – 100Lichtintensiteit voor de modi Kalibreren
De beschikbare outputs hangen af van de geselecteerde modus. Om een output te gebruiken, gebruik je een Gegevensverbinding om deze te verbinden met een ander programmeerblok.
OutputTypeOpmerkingen
Kleur NumeriekGedetecteerde Kleurstatus:
0 = Geen kleur
1 = Zwart
2 = Blauw
3 = Groen
4 = Geel
5 = Rood
6 = Wit
7 = Bruin
Resultaat vergelijken LogischResultaat Waar/Onwaar van een modus Vergelijken.
Gemeten waarde NumeriekDe sensorgegevenswaarde gebruikt voor een modus Vergelijken.
Kleur
Snelkoppelingen