Vergelijkingsblok

Het blok Vergelijken vergelijkt twee getallen om na te gaan of ze gelijk zijn of om na te gaan welk van de twee het grootst is. Je kunt kiezen tussen zes verschillende vergelijkingstypes. Het uitgevoerde resultaat is Waar of Onwaar.
Modi Vergelijken



Moduskiezer
Inputs
Output

Kies het type vergelijking dat je wilt gebruiken door met de Moduskiezer een modus te kiezen. Het blok zal de output Resultaat berekenen door input A en B met elkaar te vergelijken (zie de onderstaande tabel).
ModusGebruikte InputsOutput Resultaat
Gelijk aan A, BWaar als A = B, anders Onwaar
Niet gelijk aan A, BWaar als A ≠ B, anders Onwaar
Groter dan A, BWaar als A > B, anders Onwaar
Kleiner dan A, BWaar als A < B, anders Onwaar
Groter dan of gelijk aan A, BWaar als A ≥ B, anders Onwaar
Kleiner dan of gelijk aan A, BWaar als A ≤ B, anders Onwaar
Voorbeeld
Via deze bloksequentie wordt nagegaan of de waarde van de variabele Vermogen groter is dan 100. Als dit het geval is, wordt deze ingesteld op 100. In het blok Vergelijken wordt de waarde van de variabele vergeleken met 100, waarna het Logische resultaat gebruikt wordt door het blok Schakelen om te bepalen of de waarde van de variabele gewijzigd moet worden.
Inputs en Outputs
De inputs van het blok Vergelijken zijn de twee te vergelijken getallen. Je kunt de inputwaarden rechtstreeks invoeren in het blok. Daarnaast kunnen de ingevoerde waarden ook verschaft worden via Gegevensverbindingen van de outputs van andere programmeerblokken.
InputTypeOpmerkingen
A NumeriekEerste te vergelijken getal
B NumeriekTweede te vergelijken getal
De output van het blok is het resultaat van de vergelijking. Om de output te gebruiken, gebruik je een Gegevensverbinding om deze te verbinden met een ander programmeerblok.
OutputTypeOpmerkingen
Resultaat LogischResultaat van de vergelijking (Waar of Onwaar)
Vergelijken
Snelkoppelingen