Reken blok

Het blok Rekenen voert een berekening uit aan de hand van de inputs, en voert het resultaat uit. Je kunt een eenvoudige berekening doen met een of twee inputs, of een formule invoeren met maximaal vier inputs.
De berekening kiezen


Moduskiezer
Inputs
Output

Kies het type berekening dat je wilt gebruiken door met de Moduskiezer een modus te kiezen. Na het selecteren van de modus kan je waarden kiezen voor de inputs. De beschikbare inputs variëren afhankelijk van de modus.
Eenvoudige berekeningsmodi
In de eenvoudige berekeningsmodi wordt het Resultaat berekend via één berekening aan de hand van een of twee Inputs. Je vindt de betreffende modi terug in de onderstaande tabel.
ModusGebruikte InputsOutput Resultaat
Toevoegen A, BA + B
Aftrekken A, BA – B
Vermenigvuldigen A, BA × B
Delen A, BA ÷ B
Absolute waarde AA als A ≥ 0 -A als A < 0
Het resultaat is steeds ≥ 0.
Vierkantswortel A√A
Exponent A (basis), N (exponent)AN
GeavanceerdA, B, C, DA + B – C * D
Handige weetjes
Als de ingevoerde waarden voor een berekening een ongeldige bewerking opleveren (bv. delen door nul of de vierkantswortel van een negatief getal), zal het uitgevoerde resultaat een foutwaarde zijn. Een foutwaarde kan geïnterpreteerd worden als nul wanneer deze gebruikt wordt als input voor een ander programmeerblok.
Voorbeeld
In dit programma wordt 50 afgetrokken van de output Intensiteit gereflecteerd licht van het blok Kleursensor en wordt het resultaat gebruikt als input Vermogen van een motor. Dit zorgt ervoor dat de motor achterwaarts gaat draaien wanneer de kleursensor iets donkers waarneemt en voorwaarts wanneer deze iets licht ziet.
Modus Geavanceerd


In de modus Geavanceerd kan het blok Berekenen in één stap een wiskundige uitdrukking berekenen aan de hand van maximaal vier inputs en verschillende wiskundige bewerkingen.

Gebruik Gegevensverbindingen om maximaal vier numerieke waarden te verbinden met de inputs A, B, C en D. Onnodige inputs kun je leeg laten of er 0 voor opgeven.

Klik op het Tekstveld blok boven aan het blok om de wiskundige uitdrukking voor het uitvoeren van de berekening in tekstvorm in te voeren. De uitdrukking kan de namen van inputs (bv. A, B, C en D), numerieke constanten (bv. 50) en wiskundige symbolen (bv. +) bevatten. Je kunt ook functies uit de weergegeven lijst en extra haakjes gebruiken om de volgorde van de bewerkingen te wijzigen.

Het resultaat van de berekening wordt uitgevoerd naar Resultaat.
Voorbeeld
In dit programma berekent het blok Rekenen het vermogen van een motor aan de hand van inputs van de Kleursensor en twee Variabelen. De Intensiteit gereflecteerd licht van de Kleursensor is verbonden met de input A, en de variabelen „Gain” en „Power” worden gebruikt voor B en C. Met de uitdrukking „(A-50)*B+C” in het blok Rekenen wordt er 50 afgetrokken van de lichtintensiteit, wordt het resultaat vermenigvuldigd met de waarde van „Gain” en wordt vervolgens de waarde van „Power” opgeteld.
Inputs en Outputs
Met de inputs van het blok Rekenen kun je de waarden voor de wiskundige berekening opgeven. Je kunt de inputwaarden rechtstreeks invoeren in het blok. Daarnaast kunnen de ingevoerde waarden ook verschaft worden via Gegevensverbindingen van de outputs van andere programmeerblokken.
InputsTypeOpmerkingen
A NumeriekEerste operand van een eenvoudige wiskundige berekening
B NumeriekTweede operand van een eenvoudige wiskundige berekening
A NumeriekBasiswaarde in de modus Exponent
N NumeriekExponentwaarde in de modus Exponent
C NumeriekInput voor de modus Geavanceerd
D NumeriekInput voor de modus Geavanceerd
De output van het blok Rekenen is het resultaat van de berekening. Om de output te gebruiken, gebruik je een Gegevensverbinding om deze te verbinden met een ander programmeerblok.
OutputTypeOpmerkingen
Resultaat NumeriekResultaat van de wiskundige berekening
Rekenen
Snelkoppelingen