Het blok Geluid brengt geluid voort via de luidspreker in de EV3-steen. Je kunt vooraf opgenomen geluidsbestanden afspelen of een muzieknoot of toon opgeven.
Kies de modus Geluid
Moduskiezer Input Bestandsnaam Inputs
Selecteer met de Moduskiezer het type geluid dat je wilt voortbrengen. Na het selecteren van de modus kan je waarden kiezen voor de inputs. De beschikbare inputs variëren afhankelijk van de modus. De modi en inputs worden hieronder beschreven.
In de modus Bestand afspelen wordt een vooraf opgenomen geluidsbestand afgespeeld.
De input Bestandsnaam bevindt zich boven aan het blok. Je kunt deze gebruiken om een keuze te maken uit een lijst met geluidseffecten, gesproken woorden en zinnen. De geluiden in de categorie „LEGO-geluiden” zijn de geluidsbestanden die bij de EV3-software geleverd zijn. De geluiden in de categorie „Projectgeluiden” zijn de geluiden die al gebruikt worden in het project. Op die manier kun je hetzelfde geluid eenvoudig meerdere keren gebruiken in een programma of project.
Als je „Ingevoegd” selecteert voor de input Bestandsnaam boven aan het blok, wordt er een input Bestandsnaam weergegeven bij de inputs van het blok Geluid. Hiermee kunt je de naam van het geluidsbestand opgeven via een Gegevensverbinding.
Merk op dat je het geluidsbestand eerst moet toevoegen aan je Project door het te selecteren in de input Bestandsnaam.
De input Afspeeltype regelt of het blok al dan niet zal wachten tot het geluid afgelopen is vooraleer het programma verder gaat met het volgende blok, en of het geluid al dan niet herhaald zal worden.
Met dit programma zegt de EV3-steen „Turn Right” door twee verschillende geluidsbestanden af te spelen en te wachten tot elk geluid afgespeeld is.
Handige weetjes
De EV3-steen kan uitsluitend gesproken woorden afspelen die opgeslagen zijn in vooraf opgenomen geluidsbestanden. De tekst in de input Bestandsnaam moet de naam van een bestaand geluidsbestand zijn.
Voorbeeld 2
Met dit programma zal een robot ononderbroken een lachend geluid produceren en tegelijk gedurende 10 seconden rechtdoor rijden. Dit wordt bereikt door Herhalen te gebruiken voor de input Afspeeltype.
Toon afspelen
De modus Toon afspelen speelt een toon af met een opgegeven frequentie. De frequentie van de toon regelt de toonhoogte, dus hoe hoog of laag een toon is.
Met de input Frequentie kun je de frequentie van de toon opgeven in Hz (cycli per seconde). Je kunt een getal invoeren voor de frequentie of een frequentie kiezen in de lijst met standaardfrequenties van muzieknoten.
Met de input Tijdsduur kun je in seconden regelen hoe lang de toon zal aanhouden.
De tonen die afgespeeld worden door de modus Toon afspelen zijn gelijk aan de muzieknoten die afgespeeld worden door de modus Noot afspelen. Het verschil is dat je met Toon afspelen een exacte frequentie kunt opgeven.
De input Afspeeltype regelt of het blok al dan niet zal wachten tot het geluid afgelopen is vooraleer het programma verder gaat met het volgende blok, en of het geluid al dan niet herhaald zal worden.
Met dit programma wordt de frequentie van een toon gevarieerd op basis van de positie van een motorrotatiesensor. Wanneer je de motor met de hand draait, zal de toon wijzigen.
Noot afspelen
Met de modus Noot afspelen kun je een muzieknoot laten weerklinken.
Je kunt de input Noot gebruiken om de noot te kiezen op een pianoklavier.
Met de input Tijdsduur kun je in seconden regelen hoe lang de noot zal aanhouden.
Je kunt een decimaalteken gebruiken in de input Tijdsduur om de tijdsduur uiterst nauwkeurig op te geven (erg korte intervallen zijn ook mogelijk). Als je bijvoorbeeld 0,1 seconden opgeeft, zal de noot gedurende een tiende van een seconde hoorbaar zijn.
De input Afspeeltype regelt of het blok al dan niet zal wachten tot het geluid afgelopen is vooraleer het programma verder gaat met het volgende blok, en of het geluid al dan niet herhaald zal worden.
Met dit programma wordt een kort muziekje van drie verschillende noten afgespeeld.
Stoppen
Met de modus Stoppen kun je een geluid dat afgespeeld wordt door de EV3-steen stoppen. Deze modus wordt meestal gebruikt om een geluid te stoppen dat eerder in het programma gestart werd door een blok Geluid waarbij er niet wordt gewacht tot het geluid beëindigd is.
Voorbeeld
Met dit programma wordt er een toon afgespeeld tot er een tastsensor ingedrukt wordt, waarna de toon wordt gestopt.
Inputs
Met de inputs van het blok Geluid kun je de details instellen voor het afgespeelde geluid. Je kunt de inputwaarden rechtstreeks invoeren in het blok. Daarnaast kunnen de waarden ook verschaft worden via Gegevensverbindingen van de outputs van andere programmeerblokken.
Input
Type
Toegelaten waarden
Opmerkingen
Bestandsnaam
Tekst
Naam van een bestaand geluidsbestand
Bijvoorbeeld „Laughing 2”
Noot
Tekst
„C” tot „B”, optioneel gevolgd door „#”, gevolgd door „4” tot „6”.
A-G zijn namen van muzieknoten.
4-6 zijn octaafnummers.
„#” staat voor „kruis”.
Voorbeelden: „C4” is „Midden C” op een standaardpiano, en „C#4” is een halve toon hoger.
Frequentie
Getal
300 tot 10000
Frequentie van de toon in Hz
Tijdsduur
Getal
≥ 0
Duur van de noot of toon in seconden
Volume
Getal
0 tot 100
Een percentage van het volledige volume
Afspeeltype
Getal
0, 1 of 2
0 = Wacht op voltooiing: Het geluid wordt één keer afgespeeld en het programma wacht tot het beëindigd is vooraleer verder te gaan.
1 = Eenmaal afspelen: Het geluid wordt één keer afgespeeld en het programma gaat meteen verder.
2 = Herhalen: Het geluid wordt continu herhaald tot een ander blok Geluid uitgevoerd wordt, waarna het programma meteen verder gaat.