Blok Variabele

Met het blok Variabele kun je een Variabele in je programma schrijven of lezen. Het is ook mogelijk om een nieuwe Variabele aan te maken en te benoemen.

Een Variabele is een locatie in het geheugen van de EV3-steen waarop een gegevenswaarde kan worden opgeslagen. Je kunt een gegevenswaarde naar een Variabele schrijven. Verder in het programma kun je de Variabele lezen om de opgeslagen waarde op te halen.
Elke variabele heeft een Type en een Naam. De verschillende types zijn Numeriek, Logisch, Tekst, Numerieke reeks en Logische reeks. Je kunt de Naam van een variabele zelf kiezen. Deze wordt gebruikt om de variabele te identificeren.

Zie Datatypes voor meer informatie over de verschillende types variabelen.

De waarde van een variabele kan gewijzigd worden terwijl een programma uitgevoerd wordt. Telkens wanneer je naar een variabele schrijft, wordt de vorige waarde gewist en vervangen door de nieuwe waarde. Je kunt bijvoorbeeld een variabele „Max. Licht” gebruiken om de hoogste lichtintensiteit die je robot met de Kleursensor gemeten heeft, bij te houden. Telkens wanneer de robot een hogere waarde detecteert, wordt de nieuwe waarde naar de variabele „Max. Licht” geschreven.
Een nieuwe variabele toevoegen


Moduskiezer
Variabelekiezer
Input Waarde

Je kunt als volgt een nieuwe variabele toevoegen aan je project:
1.Plaats of selecteer een blok Variabele.
2.Gebruik de Moduskiezer om de modus Schrijven te selecteren.
3.Kies een type variabele (Numeriek, Logisch, Tekst, Numerieke reeks of Logische reeks).
4.Klik op het Tekstveld blok boven aan het blok en selecteer „Variabele toevoegen”. Het dialoogvenster Nieuwe variabele verschijnt, zoals hieronder weergegeven.
5.Voer in het dialoogvenster Nieuwe variabele een naam in voor de variabele en klik op OK. De naam van een variabele kan een letter, een woord, verschillende woorden of een opeenvolging van letters en getallen zijn.
Handige weetjes
Als je een korte naam kiest voor de variabele, zal de volledige naam van de variabele makkelijker zichtbaar zijn wanneer deze in je programma gebruikt wordt.
Kies een naam die je zal helpen onthouden wat de variabele betekent en op welke manier deze verschilt van andere variabelen in je programma.
Eens je een variabele toegevoegd hebt, kun je deze in alle programma's in je project gebruiken.
6.Na het toevoegen van de variabele kun je het blok Variabele in de modus Schrijven gebruiken om een initiële Waarde in te voeren voor de variabele.
Schrijven naar een variabele


Moduskiezer
Variabelenaam
Input
Schrijven
Met de modus Schrijven kun je een variabele kiezen die je al aan het programma hebt toegevoegd (zie Een nieuwe Variabele toevoegen) en er een waarde in opslaan.
Je kunt als volgt schrijven naar een variabele:
1.Gebruik de Moduskiezer om de modus Lezen te selecteren.
2.Kies het Type van de variabele.
3.Klik op het Tekstveld blok om het pop-upmenu weer te geven.
4.Selecteer de Naam van de variabele die je wilt gebruiken.
Handige weetjes
Je moet het Type van de variabele selecteren met de Moduskiezer vooraleer je de Naam van de variabele kiest in het pop-upmenu. In het pop-upmenu worden alleen de variabelen weergegeven die overeenstemmen met het geselecteerde Type.
5.Je kunt nu een waarde opslaan onder de variabele met behulp van de input Waarde. Je kunt de waarde rechtstreeks invoeren in de input Waarde of je kunt hiervoor een Gegevensverbinding gebruiken.
Handige weetjes
Je kunt zo veel je wilt naar een variabele schrijven, maar alleen de laatste waarde blijft bewaard. Door te schrijven naar een variabele wordt de vorige waarde van de variabele gewist en vervangen door de nieuwe waarde.
Lezen uit een variabele


Moduskiezer
Variabelenaam
Output
Lezen
Met de modus Lezen kun je een variabele kiezen die je al aan het programma hebt toegevoegd (zie Een nieuwe Variabele toevoegen) en de waarde ophalen die erin is opgeslagen.
Je kunt een variabele als volgt lezen:
1.Gebruik de Moduskiezer om de modus Lezen en het Type van de variabele te kiezen.
2. Klik op het tekstveld boven aan het blok om het pop-upmenu weer te geven en selecteer de Naam van de variabele die je wilt gebruiken.
Handige weetjes
Je moet het Type van de variabele selecteren met de Moduskiezer vooraleer je de Naam van de variabele kiest in het pop-upmenu. In het pop-upmenu worden alleen de variabelen weergegeven die overeenstemmen met het geselecteerde Type.
3.Je kunt nu via de output Waarde de waarde van de variabele ophalen en deze via een Gegevensverbinding gebruiken in je programma.
Handige weetjes
Als je een variabele leest waar nog nooit een waarde naar werd geschreven, zal het resultaat 0 zijn voor een Numerieke variabele, Onwaar voor een Logische variabele, lege tekst voor een Tekstvariabele en een lege reeks voor een variabele Numerieke reeks of Logische reeks.
Voorbeelden van het gebruik van variabelen
Voorbeeld 1: Een waarde opslaan en later gebruiken
In dit programma wordt een blok Variabele in de modus Schrijven gebruikt om een gegevenswaarde van de Kleursensor op te slaan in de variabele „Licht”. Vervolgens wordt een blok Variabele in de modus Lezen gebruikt om de waarde op te halen en later in het programma te gebruiken.

Het programma is bedoeld om een robot vooruit en daarna achteruit te laten rijden. Op de terugweg zal de robot boven een kleur stoppen die minstens even donker is als de kleur waarboven hij begonnen is.
Handige weetjes
Het bovenstaande programma zou ook uitgevoerd kunnen worden met behulp van een lange Gegevensverbinding in plaats van een Variabele, maar voor lange programma's kan het eenvoudiger zijn om Variabelen te gebruiken om waarden op te slaan.
Voorbeeld 2: Tellen hoeveel keer de tastsensor wordt ingedrukt
In dit programma wordt bijgehouden hoeveel keer een tastsensor wordt ingedrukt. Het aantal wordt weergegeven op het EV3-scherm. Er wordt gebruikgemaakt van de Numerieke variabele „Ingedrukt” om bij te houden hoeveel keer de tastsensor werd ingedrukt.

Aan de hand van een blok Variabele wordt de initiële waarde van „Ingedrukt” aan het begin van het programma ingesteld op 0. Binnen de lus voegt het programma telkens wanneer de tastsensor geraakt wordt 1 toe aan de waarde die opgeslagen is in de variabele. Dit gebeurt door de huidige waarde op te halen door middel van een blok Variabele in de modus Lezen, vervolgens een blok Rekenen en Gegevensverbindingen te gebruiken om 1 toe te voegen, en daarna het resultaat terug naar de variabele te schrijven via een blok Variabele in de modus Schrijven. Tot slot wordt een blok Variabele in de modus Lezen gebruikt om de huidige waarde op te halen en weer te geven.
Inputs en Outputs
In de modus Schrijven heeft het blok Variabele één input. Je kunt de inputwaarde rechtstreeks invoeren in het blok. Daarnaast kan de waarde ook verschaft worden via een Gegevensverbinding van de output van een ander programmeerblok.
InputTypeOpmerkingen
Waarde (Afhankelijk van de blokmodus)Waarde om op te slaan in de variabele
In de modus Lezen heeft het blok Variabele één output. Om de output te gebruiken, gebruik je een Gegevensverbinding om deze te verbinden met een ander programmeerblok.
OutputTypeOpmerkingen
Waarde (Afhankelijk van de blokmodus)Waarde van de geselecteerde variabele
Variabele
Snelkoppelingen