![]() |
Met het blok Variabele kun je een Variabele in je programma schrijven of lezen. Het is ook mogelijk om een nieuwe Variabele aan te maken en te benoemen. Een Variabele is een locatie in het geheugen van de EV3-steen waarop een gegevenswaarde kan worden opgeslagen. Je kunt een gegevenswaarde naar een Variabele schrijven. Verder in het programma kun je de Variabele lezen om de opgeslagen waarde op te halen. |

| 1. | Plaats of selecteer een blok Variabele. |
| 2. | Gebruik de Moduskiezer om de modus Schrijven te selecteren. |
| 3. | Kies een type variabele (Numeriek, Logisch, Tekst, Numerieke reeks of Logische reeks). |
| 4. | Klik op het Tekstveld blok boven aan het blok en selecteer „Variabele toevoegen”. Het dialoogvenster Nieuwe variabele verschijnt, zoals hieronder weergegeven. |

| 5. | Voer in het dialoogvenster Nieuwe variabele een naam in voor de variabele en klik op OK. De naam van een variabele kan een letter, een woord, verschillende woorden of een opeenvolging van letters en getallen zijn. |
| • | Als je een korte naam kiest voor de variabele, zal de volledige naam van de variabele makkelijker zichtbaar zijn wanneer deze in je programma gebruikt wordt. |
| • | Kies een naam die je zal helpen onthouden wat de variabele betekent en op welke manier deze verschilt van andere variabelen in je programma. |
| • | Eens je een variabele toegevoegd hebt, kun je deze in alle programma's in je project gebruiken. |
| 6. | Na het toevoegen van de variabele kun je het blok Variabele in de modus Schrijven gebruiken om een initiële Waarde in te voeren voor de variabele. |
| 1. | Gebruik de Moduskiezer om de modus Lezen te selecteren. |
| 2. | Kies het Type van de variabele. |
| 3. | Klik op het Tekstveld blok om het pop-upmenu weer te geven. |
| 4. | Selecteer de Naam van de variabele die je wilt gebruiken. |
| 5. | Je kunt nu een waarde opslaan onder de variabele met behulp van de input Waarde. Je kunt de waarde rechtstreeks invoeren in de input Waarde of je kunt hiervoor een Gegevensverbinding gebruiken. |
| 3. | Je kunt nu via de output Waarde de waarde van de variabele ophalen en deze via een Gegevensverbinding gebruiken in je programma. |

