Grafiek programmeren

Met Grafiek programmeren kan je robot acties uitvoeren op basis van gegevens die geregistreerd werden tijdens een experiment.


Tabblad Grafiek programmeren
Sensor selecteren
Drempelwaardebereik tonen/verbergen
Pictogrammen Drempelwaardebereik
Zone Programmeerpaneel

Om Grafiek programmeren te kunnen gebruiken, moeten er Drempelwaardebereiken ingesteld worden. Met het Zone Programmeerpaneel kun je een set programmeerblokken aanmaken die uitgevoerd worden wanneer de sensorwaarde zich binnen de betreffende zone bevindt. Elke zone wordt door een Drempelwaarde gescheiden van de volgende zone. Pas de drempel aan door de Drempelwaarde lijn omhoog of omlaag te verslepen of door een specifiek getal in te voeren bij de Drempelwaarde.
Voorbeeld 1: Begroeter deuropening
Je robot meet de afstand van de ene naar de andere kant van een deuropening. Wanneer er een persoon door de deuropening wandelt, meet de Ultrasone sensor een kortere afstand, en speelt de robot het geluidsbestand „Morning” af.

Selecteer de Ster zone en de Vierkante zone om twee zones te creëren. Pas de Drempel van de zone aan om te detecteren wanneer er iemand door de deuropening wandelt. In dit geval hebben we 30 cm gekozen. Wanneer de sensorwaarde zich in de Ster zone (meer dan 30 cm) bevindt, zal de robot de programmeerblokken die gekoppeld zijn aan de Ster zone uitvoeren. Wanneer de sensorwaarde zich in de Vierkante zone (minder dan 30 cm) bevindt, zal de robot de programmeerblokken die gekoppeld zijn aan de Vierkante zone uitvoeren.



Ster zone
Vierkante zone
Drempelwaarde
Drempelwaardebereik selecteren

Ga naar het Palet grafiek programmeren voor de Vierkante zone. Versleep een blok Geluid naar het programmeergebied en selecteer het geluidsbestand „Morning”.



Wat denk je dat er zal gebeuren? De robot moet je begroeten met „Morning” als hij detecteert dat je door de deuropening wandelt.
Voorbeeld 2: Controller voor serre
Je hebt een kleine serre met een temperatuursensor, motor A aangesloten op een verluchtingsventilator en motor B aangesloten op een verwarmingsventilator.

In dit voorbeeld gebruiken we drie zones: Ster, Vierkant en Cirkel. De Drempelwaarden zijn ingesteld op 20 en 30 graden Celsius.
Ster zone: de temperatuur bedraagt meer dan 30 graden Celsius. Schakel motor A in gedurende 10 seconden (verluchtingsventilator).
Vierkante zone: de temperatuur ligt tussen 20 en 30 graden Celsius. Niets doen (dit is het ideale temperatuurbereik).
Cirkel zone: de temperatuur bedraagt minder dan 20 graden Celsius. Schakel motor B in gedurende 10 seconden (verwarmingsventilator).


Wat denk je dat er zal gebeuren? Wanneer de temperatuur onder een bepaalde drempel zakt, wordt de verwarmingsventilator ingeschakeld om de serre te verwarmen. Wanneer de temperatuur een bepaalde drempel overschrijdt, wordt de verluchtingsventilator ingeschakeld om de warme lucht af te voeren.
Meerdere sensoren
Wanneer je meerdere sensoren gebruikt, kan elke sensor tot drie Drempelwaardebereiken hebben, met programmeerblokken die specifiek zijn voor elke zone. Klik op een sensor in het gebied Sensor selecteren om de Drempelwaardebereiken voor die sensor te bekijken of te bewerken.
Grafiek programmeren
Snelkoppelingen