| Blok | Modus | Gebruiken |
| Wachten | Kleursensor – Vergelijken - Kleur | Wachten tot de sensor een van de geselecteerde kleuren detecteert. |
| Wachten | Kleursensor – Vergelijken – Intensiteit gereflecteerd licht | Wachten tot de intensiteit van het gereflecteerde licht een bepaalde waarde bereikt. |
| Wachten | Kleursensor – Vergelijken – Intensiteit omgevingslicht | Wachten tot de intensiteit van het omgevingslicht een bepaalde waarde bereikt. |
| Wachten | Kleursensor – Wijzig - Kleur | Wachten tot de gedetecteerde kleur wijzigt. |
| Wachten | Kleursensor – Wijzig – Intensiteit gereflecteerd licht | Wachten tot de intensiteit van het gereflecteerde licht met een bepaalde waarde wijzigt. |
| Wachten | Kleursensor – Wijzig – Intensiteit omgevingslicht | Wachten tot de intensiteit van het omgevingslicht met een bepaalde waarde wijzigt. |
| Herhaling | Kleursensor - Kleur | Een bloksequentie herhalen tot een van de geselecteerde kleuren gedetecteerd wordt. |
| Herhaling | Kleursensor – Intensiteit gereflecteerd licht | Een bloksequentie herhalen tot de intensiteit van het gereflecteerde licht een bepaalde waarde bereikt. |
| Herhaling | Kleursensor – Intensiteit omgevingslicht | Een bloksequentie herhalen tot de intensiteit van het omgevingslicht een bepaalde waarde bereikt. |
| Schakelen | Kleursensor – Meten - Kleur | Kiezen tussen twee of meerdere verschillende bloksequenties, afhankelijk van welke kleur er gedetecteerd wordt. |
| Schakelen | Kleursensor – Vergelijken - Kleur | Kiezen tussen twee bloksequenties, afhankelijk van of er al dan niet een van de geselecteerde kleuren gedetecteerd wordt. |
| Schakelen | Kleursensor – Vergelijken – Intensiteit gereflecteerd licht | Kiezen tussen twee bloksequenties, afhankelijk van de intensiteit van het gereflecteerde licht. |
| Schakelen | Kleursensor – Vergelijken – Intensiteit omgevingslicht | Kiezen tussen twee bloksequenties, afhankelijk van de intensiteit van het omgevingslicht. |
| Kleursensor | Meten - Kleur | De gedetecteerde kleur meten (0-7) en het resultaat krijgen via een Numerieke gegevensverbinding. |
| Kleursensor | Meten – Intensiteit gereflecteerd licht | De intensiteit van het gereflecteerde licht meten (0-100) en het resultaat krijgen via een Numerieke gegevensverbinding. |
| Kleursensor | Meten – Intensiteit omgevingslicht | De intensiteit van het omgevingslicht meten (0-100) en het resultaat krijgen via een Numerieke gegevensverbinding. |
| Kleursensor | Vergelijken - Kleur | De gedetecteerde kleur vergelijken met een of meerdere geselecteerde kleuren en het resultaat krijgen via een Logische gegevensverbinding (Waar als de kleur overeenstemt met een van de geselecteerde kleuren). |
| Kleursensor | Vergelijken – Intensiteit gereflecteerd licht | De intensiteit van het gereflecteerde licht vergelijken met een drempel en het resultaat krijgen via een Logische gegevensverbinding. |
| Kleursensor | Vergelijken – Intensiteit omgevingslicht | De intensiteit van het omgevingslicht vergelijken met een drempel en het resultaat krijgen via een Logische gegevensverbinding. |
| Datalogging | | Zie Datalogging. |